Verpakkingsgroepen en UN-nummers

Verpakkingsgroepen

De ene gevaarlijke stof is de andere niet. Daarom hebben we naast gevarenklassen ook verpakkingsgroepen om gevaarlijke stoffen in te delen. De verpakkingsgroepen zeggen niet direct iets over de verpakking die wordt gebruikt!! De verpakkingsgroepen geven aan hoe gevaarlijk een stof is. Een voorbeeld hiervan is benzine en diesel. Een mengsel van benzinedamp met lucht ontbrandt sneller dan bij diesel. Diesel valt dan ook in verpakkingsgroep III, terwijl benzine wordt ingedeeld in verpakkingsgroep II. Dit terwijl het beide stoffen zijn van de klasse 3, brandbare vloeistoffen.

De verpakkingsgroep heeft consequenties voor de eisen aan het vervoer. Bij een stof in verpakkingsgroep II worden bijvoorbeeld strengere eisen gesteld aan de verpakking of het gebruik van vrijstellingen dan bij een stof in verpakkingsgroep III. Stoffen van de klasse 1, 2, 5.2, 6.2 en 7 en sommige van de klasse 4.1 hebben geen verpakkingsgroep.

UN-nummers

Naast de verpakkingsgroep willen we ook het UN-nummer van een stof weten, want op basis van het UN-nummer zijn alle eisen aan een stof te bepalen. Sommige stoffen hebben een eigen UN-nummer. Stoffen die geen eigen UN-nummer hebben worden ingedeeld in een zo passend mogelijk UN-nummer voor een groep van stoffen of producten:

Wanneer het UN-nummer, de vervoersnaam, de klasse en de verpakkingsgroep bekend is hebben we de classificatie van een stof compleet. Bijvoorbeeld:

UN 1127 CHLOORBUTANEN, klasse 3, VP II

Scroll naar boven