Klasse 4.1, 4.2 en 4.3

De klasse 4, bestaat uit drie subklassen:

  • Klasse 4.1, brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen, polymeriserende stoffen;
  • Klasse 4.2, voor zelfontbranding vatbare stoffen; en
  • Klasse 4.3, stoffen die in contact met water brandbare gassen produceren.

Klasse 4.1

Stoffen van de klasse 4.1 zijn voornamelijk brandbare vaste stoffen. Zoals bijvoorbeeld aanmaakblokjes, of lucifers. Deze stoffen hebben weinig warmte nodig hebben om te ontbranden. Onder de klasse 4.1 vallen echter ook zelf ontledende stoffen. Deze stoffen kunnen door warmte, een slag of stoot of in contact met andere materialen / verontreinigingen gaan ontleden. Deze ontledingsreactie is vervolgens gevaarlijk. Tot slot vallen onder klasse 4.1 ook polymeriserende stoffen, welke veelal door verwarming lange molecuulketens vormen. Een vloeistof hard dan bijvoorbeeld uit tot een vast stuk materiaal.

Klasse 4.2

In de klasse 4.2 zitten de voor zelf ontbranding vatbare stoffen. Dit zijn stoffen die in contact met de lucht opwarmen, totdat ze hun zelfontbrandingstemperatuur hebben bereikt en dan ontbranden. Een voorbeeld hiervan zijn poetsdoeken die doordrenkt zijn met thinner. Deze voor zelf verhitting vatbare stoffen kunnen in grote hoeveelheden en na langere tijd ontbranden.

Wanneer een stof binnen 5 minuten in contact met de lucht ontbrandt noemen we de stof pyrofoor. Onderstaand wordt een pyrofore stof in contact met de lucht gebracht.

Klasse 4.3

Klasse 4.3 omvat stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen. Dat is gevaarlijk, want die brandbare gassen kunnen vervolgens worden ontstoken. Dat is ook het principe van het Nederlandse Carbid schieten.

Scroll naar boven